ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit UWV wegens ontbreken nader medisch onderzoek bij arbeidsongeschiktheid
Appellant, met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, verzocht het UWV om herbeoordeling van zijn medische toestand. Het UWV stelde dat er geen aanleiding was voor nader medisch onderzoek omdat de medische situatie onveranderd was sinds het eerdere onderzoek in 1994. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het UWV het besluit uitsluitend op dossieronderzoek had gebaseerd en dat dit onzorgvuldig was. Volgens artikel 43a van de WAO moet een toename van medische beperkingen worden vastgesteld door een medisch onderzoek. De Raad vond dat het UWV een nieuw medisch onderzoek had moeten instellen voordat het een besluit nam.
Daarnaast werd vastgesteld dat de procedure ruim zeven jaar had geduurd, wat de redelijke termijn overschreed zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarom kende de Raad een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe aan appellant. Het UWV werd ook veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De vordering tot vergoeding van renteschade werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met medisch onderzoek; appellant ontvangt een schadevergoeding van €1.000.