ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering eerdere ingangsdatum aanvullende studiefinanciering onder hardheidsclausule
Appellante had aanvankelijk studiefinanciering ontvangen bestaande uit een basisbeurs, een OV-studentenkaart en een lening. In april 2004 verzocht zij de IB-Groep om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003 ook een aanvullende beurs toe te kennen. De IB-Groep weigerde dit op grond van artikel 3.21, tweede lid, WSF 2000, dat studiefinanciering niet toekent voor perioden vóór de datum van aanvraag.
Appellante voerde aan dat zij pas in april 2004 duidelijkheid kreeg over haar recht op aanvullende beurs vanwege de hoogte van het ouderlijk inkomen in 2003. Zij beriep zich op de hardheidsclausule (artikel 11.5 WSF 2000) om een eerdere ingangsdatum te verkrijgen.
De Raad oordeelde dat niet was gebleken dat appellante door overmacht verhinderd was om eerder een aanvraag te doen en dat de onjuiste veronderstelling over het inkomen binnen haar risicosfeer viel. Daarom was geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IB-Groep om een eerdere ingangsdatum van de aanvullende beurs toe te kennen wordt bevestigd.