ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening arbeidsongeschiktheidspercentage onder WAO
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid vanaf 24 maart 2002 minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd gewezen op medische rapporten van verzekeringsartsen die een zekere belastbaarheid vaststelden.
In hoger beroep betwistte appellante deze conclusie en stelde dat haar gezondheid juist was verslechterd en dat eerdere onderzoeken haar als arbeidsongeschikt hadden aangemerkt. Zij verzocht om nader onderzoek door een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische rapporten van de verzekeringsartsen Hollander en Fokke voldoende inzicht boden in de belastbaarheid van appellante. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid of nauwkeurigheid van het onderzoek per 24 maart 2002. Ook uit aanvullende informatie van de behandelend sector bleek geen objectieve afwijking die niet was meegewogen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. De Raad zag geen grond voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering vanaf 24 maart 2002 bevestigd.