ECLI:NL:CRVB:2006:AZ2111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzetting prestatiebeurs in gift voor buitenlandse opleiding
Appellante vorderde in hoger beroep dat de prestatiebeurs die zij ontving voor haar bacheloropleiding psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, zou worden omgezet in een gift. Zij stelde dat een medewerkster van de IB-Groep haar telefonisch had verzekerd dat omzetting zou plaatsvinden indien zij een gewaarmerkte kopie van een bachelordiploma psychologie van de University of Kent zou overleggen.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er concrete, ongeclausuleerde toezeggingen waren gedaan door de IB-Groep waarop zij een rechtmatig vertrouwen kon baseren. De door appellante overgelegde getuigenverklaring werd vanwege het tijdsverloop en de omstandigheden onvoldoende zwaarwegend geacht.
Verder merkte de Raad op dat het niet aan de rechter is om een oordeel te geven over de erkenning van de buitenlandse opleiding voor studiefinanciering. De rechtbank had appellante en haar gemachtigde correct uitgenodigd voor de zitting, zodat geen procedurele fouten waren gemaakt.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd op 10 november 2006 in het openbaar uitgesproken door J. Janssen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de IB-Groep om de prestatiebeurs om te zetten in een gift wordt bevestigd.