ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep ongegrond verklaarde inzake de weigering van een WAO-uitkering. De kern van het geschil betrof de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de onderliggende arbeidskundige schatting met het CBBS-systeem.
De Raad overwoog dat het CBBS als methode in beginsel rechtens aanvaardbaar is, mits het besluit op bezwaar voorzien is van een deugdelijke toelichting en motivering. In deze zaak bleek dat pas in eerste aanleg de functies waarop de schatting was gebaseerd adequaat waren toegelicht. De medische beoordeling van de verzekeringsartsen werd door de Raad onderschreven, ondanks aangevoerde aanvullende medische informatie over CTS-klachten.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.