ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar WAO-uitkering. Het UWV had het verzoek afgewezen omdat zij bij aanvang van haar WAO-verzekering al medische beperkingen had en deze niet waren toegenomen binnen de wettelijke wachttijd van 52 weken. De rechtbank had het besluit bevestigd op basis van adviezen van deskundigen.
In het hoger beroep is een aanvullend medisch rapport overgelegd waarin nieuwe klachten werden beschreven die niet eerder waren meegenomen, waaronder aanvallen met neurologische symptomen die duiden op basilaris migraine. De Centrale Raad van Beroep acht deze nieuwe medische inzichten relevant en concludeert dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de toename van beperkingen.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak en gelast het UWV een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen na nader medisch onderzoek.