ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van handhaving mate arbeidsongeschiktheid 15-25% in WAO-schatting
Appellante stelde dat zij volledig arbeidsongeschikt was en betwistte de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25% die door het UWV was gehandhaafd. In de bezwaarfase en het hoger beroep werden medische en arbeidskundige onderzoeken uitgevoerd, waaronder een beoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige die drie functies selecteerde die appellante medisch gezien kon vervullen.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om de mate van arbeidsongeschiktheid te verhogen. Ook het verzoek tot nader medisch onderzoek werd afgewezen. In hoger beroep werd bevestigd dat één van de drie functies vervangen moest worden door een andere functie, wat leidde tot een lichte stijging van de arbeidsongeschiktheid tot 22,95%, maar nog steeds binnen de klasse 15-25% bleef.
De Raad vond geen aanleiding om het besluit op bezwaar te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten toegekend. De medische beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts en bevestigd door het UWV werden als correct beoordeeld, mede omdat appellante geen aanvullende medische gegevens had ingebracht.
Uitkomst: De handhaving van de mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25% wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.