ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55-65% in plaats van 80% of meer. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen niet waren afgenomen en dat het Uwv onvoldoende onderzoek had gedaan, met name het niet opvragen van gegevens bij de behandelende sector.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling door verzekeringsarts Talsma op 28 augustus 2001 zorgvuldig was uitgevoerd, met inachtneming van de medische voorgeschiedenis en functionele mogelijkheden. Latere medische gegevens van appellante, waaronder verwijzingen naar specialisten en alternatieve genezers, boden geen aanleiding het oordeel te herzien. De Raad vond dat het Uwv de verzekeringsgeneeskundige standaard correct had toegepast en dat de vastgestelde urenbeperking van gemiddeld 6 uur per dag en 20 uur per week plausibel was.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werden geen proceskosten toegekend. De Raad benadrukte dat de medische beperkingen weliswaar aanwezig zijn, maar dat dit niet betekent dat appellante niet in staat was de voorgestelde functies te verrichten. De beoordeling van de resterende verdiencapaciteit was zorgvuldig en in overeenstemming met de geldende standaarden.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 55-65% per 25 maart 2002 wordt bevestigd.