ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1524
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening auto op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens ontbreken absolute vervoersbeperking
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgde en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht meerdere malen om een voorziening in de kosten van aanschaf van een auto. Deze verzoeken werden door verweerster afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak of medisch-sociale wenselijkheid, omdat appellante niet volledig verhinderd is om openbaar vervoer en taxi te gebruiken.
Appellante voerde aan dat haar psychische klachten aanzienlijk waren verergerd, waardoor zij nu wel afhankelijk zou zijn van een eigen auto. De Raad oordeelde echter dat het uitgangspunt van verweerster, namelijk toekenning alleen bij absolute verhindering van openbaar vervoer en taxi, in lijn is met de wet en redelijke uitleg daarvan.
De medische adviezen van geneeskundig adviseurs, gebaseerd op onderzoek en informatie uit de behandelende sector, wezen uit dat appellante weliswaar vermijdingsgedrag vertoont, maar geen onmogelijkheid heeft om openbaar vervoer of taxi te gebruiken. De Raad vond geen grond om het besluit te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat geen absolute vervoersbeperking is vastgesteld.