ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig metaalbewerker, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering wegens hart- en spanningsklachten. Na een hartklepoperatie werd de uitkering verhoogd naar 80-100%. Bij de vijfdejaarsherbeoordeling in 2001 werd een belastbaarheidspatroon vastgesteld op basis van medische diagnose.
Na procedurele correcties volgde in 2003 een herziening van de uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst en een arbeidsdeskundige beoordeling van geschikte functies. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na bevestiging van beperkingen door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat zijn medische toestand ernstiger was. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling adequaat was, mede gelet op recente cardiologische controles en huisartsinformatie. De arbeidsdeskundige onderbouwing werd eveneens als toereikend beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De herziening van de WAO-uitkering blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op 25-35% arbeidsongeschiktheid.