ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1299
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij beëindiging tijdelijk dienstverband
Verzoeker was tijdelijk aangesteld bij de Open Universiteit Nederland met diverse aanstellingen tussen 2001 en 2006. Bij besluit van 26 april 2005 werd medegedeeld dat een deel van zijn dienstverband per 1 augustus 2005 werd beëindigd en dat het overige dienstverband per 1 augustus 2006 zou eindigen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard dan wel ongegrond.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die zijn beroep ongegrond verklaarde. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de werking van de besluiten te schorsen en om doorbetaling van bezoldiging alsof het dienstverband niet was beëindigd.
De voorzieningenrechter overwoog dat het enkele feit dat verzoeker per 1 augustus 2006 niet meer werkzaam zou zijn en geen bezoldiging meer zou ontvangen, onvoldoende is om te spreken van onverwijlde spoed. Er was geen sprake van een zodanig zwaarwegend financieel belang of ander spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 30 oktober 2006.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.