ECLI:NL:CRVB:2006:AZ1237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij intrekking bijstandsuitkering
Appellant was in dienst bij een werkgever voor zes maanden, maar het dienstverband werd per 31 juli 2003 beëindigd. De werkgever trok het ontslag op staande voet in en betaalde het salaris over augustus tot en met november 2003 aan appellant. Hierdoor ontving appellant inkomsten die ten minste gelijk waren aan de bijstandsnorm.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage had de bijstandsuitkering van appellant ingetrokken met ingang van 1 augustus 2003 omdat appellant het inlichtingenformulier niet had ingeleverd. Het bezwaar tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard en het bezwaar tegen een opschortingbesluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn.
Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde deze beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde appellant zich op het standpunt dat hem alsnog bijstand moest worden toegekend over de periode van 1 augustus tot 1 december 2003. De Raad oordeelde dat dit resultaat niet kan worden bereikt omdat appellant over die periode al voldoende inkomsten ontving. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.
De Raad zag geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 oktober 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.