ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV tot intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker telefonische klantenservice, viel uit wegens rugklachten en kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%, later verhoogd naar 65-80%. Na bezwaar en meerdere medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder een rughernia-operatie en functionele mogelijkhedenlijsten (FML), stelde het UWV dat appellant geschikt was voor werk van 36 uur per week, en trok de uitkering in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische gegevens geen aanwijzingen gaven voor een urenbeperking en de arbeidskundige beoordeling de belastbaarheid van appellant bevestigde. In hoger beroep voerde appellant aan dat niet alle medische beperkingen waren meegewogen en dat de functieanalyse onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen adequaat hadden beoordeeld, inclusief kennis van relevante medische rapporten. Er waren geen concrete aanwijzingen voor onjuistheid of noodzaak tot nader onderzoek. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.