ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant maakte bezwaar tegen een door het UWV genomen besluit waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat zijn psychische klachten waren toegenomen.
De Raad overwoog dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had vastgesteld met het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), dat in principe rechtens aanvaardbaar is mits de motivering en verslaglegging voldoen aan hoge eisen. Hoewel het bestreden besluit niet aan deze eisen voldeed, was in de beroepsfase alsnog een rapport overgelegd dat de motivering voldoende onderbouwde.
De Raad vernietigde het bestreden besluit vanwege gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. De medische beoordeling van de beperkingen van appellant werd als zorgvuldig en niet overschat beschouwd. Appellant kan een verzoek tot herziening indienen indien zijn klachten na de datum van het besluit zijn toegenomen.
De Raad wees ook op de mogelijkheid om functies te vervangen indien bepaalde werkzaamheden niet uitvoerbaar zijn, zonder dat dit leidt tot een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse. Tot slot werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.