ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen met terugwerkende kracht van maximaal één jaar bij duurzaam gescheiden leven
Appellant verzocht om herziening van zijn AOW-pensioen met ingang van januari 1997, omdat zijn echtgenote sinds 1997 in een verpleeghuis verbleef en zij duurzaam gescheiden leefden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had het pensioen echter slechts met ingang van juni 2002 herzien, met terugwerkende kracht van één jaar vanaf het verzoek in 2003. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de wettelijke regeling herziening van het pensioen met terugwerkende kracht beperkt tot maximaal één jaar, tenzij sprake is van een bijzonder geval. Appellant stelde dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot herziening en dat de Svb hem onvoldoende had geïnformeerd. De Raad oordeelde dat onbekendheid met de wet geen bijzonder geval vormt en dat de Svb voldoende informatie heeft verstrekt via publicaties en informatiebladen.
Verder was appellant niet tijdig in het kader van zijn mededelingsplicht geïnformeerd over de opname van zijn echtgenote, waardoor de Svb niet eerder kon besluiten tot herziening. De Raad achtte het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het AOW-pensioen met terugwerkende kracht van maximaal één jaar en wijst het beroep van appellant af.