ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0616
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burgeroorlogsslachtoffer na Japanse bezetting
Appellant, geboren in 1939 in voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode. Zijn oorspronkelijke aanvraag werd in 2002 afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat hij was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Na een eerdere ongegrondverklaring van beroep in 2003, diende appellant in 2005 een herzieningsverzoek in met aanvullende getuigenverklaringen over beschietingen tijdens een vlucht naar een broederschool. Verweerster handhaafde haar standpunt dat er geen sprake was van een direct levensbedreigende situatie.
De Raad beoordeelde dit verzoek als een discretionaire herzieningsaanvraag en concludeerde dat de nieuwe verklaringen onvoldoende aanleiding boden om het eerdere besluit te herzien. De Raad benadrukte dat appellant in eerdere procedures geen melding maakte van beschietingen en dat de terughoudende toetsing door verweerster terecht was toegepast.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot herziening afgewezen.