ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gevolgen onbetaald ouderschapsverlof van 78 weken of langer op WW-uitkering en beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant kreeg een loongerelateerde WW-uitkering toegekend op basis van een gemiddeld arbeidsduur van 31 uur per week en een dagloon van €142,20. Dit was vastgesteld zonder de uren onbetaald ouderschapsverlof mee te rekenen, omdat het verlof langer dan 78 weken duurde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de brochure van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onvoldoende voorlichting gaf over de gevolgen van langdurig onbetaald ouderschapsverlof voor de WW-uitkering. Tevens stelde hij dat hij op informatie van het UWV mocht vertrouwen dat het ouderschapsverlof geen negatieve invloed zou hebben.
De Raad oordeelde dat algemene voorlichting niet alle specifieke situaties kan omvatten en dat appellant zelf contact had kunnen opnemen met het UWV voor duidelijkheid, wat hij naliet. Bovendien kwam de onvolledige informatie niet van het UWV maar van een ministerie dat geen uitvoerend bestuursorgaan is. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde dan ook en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en het besluit van het UWV blijft in stand.