ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op toeslag krachtens Toeslagenwet wegens inkomen boven minimumloon
Appellant ontving een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) naast arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze toeslag per 29 juli 2000 omdat appellant niet langer voldeed aan de voorwaarde dat zijn inkomen lager was dan het minimumloon. In bezwaar handhaafde het Uwv dit besluit, hoewel erkend werd dat de gebruikte bedragen onjuist waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het gezinsinkomen van appellant vanaf 29 juli 2000 hoger was dan het minimumloon, waardoor het recht op toeslag verviel. Appellant stelde in hoger beroep dat hij nog recht had op toeslag omdat zijn WAO-uitkering lager was dan het minimumloon.
De Raad oordeelt dat het besluit vernietigd moet worden wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro vanwege onjuiste motivering en onduidelijkheid over de aanspraak. Desondanks laat de Raad op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het inkomen van appellant inderdaad boven het minimumloon lag.
Daarnaast wordt het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor zowel eerste aanleg als hoger beroep. Het betaalde griffierecht wordt eveneens aan appellant vergoed.
Uitkomst: Besluit tot beëindiging toeslag wegens inkomen boven minimumloon vernietigd wegens onjuiste motivering, maar rechtsgevolgen blijven in stand.