ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Toekenning WW-uitkering na aanvankelijke weigering en vergoeding renteschade
Appellant had aanvankelijk een WW-uitkering geweigerd gekregen door het UWV wegens het niet voldoen aan de wekeneis. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard door het UWV. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure wijzigde het UWV haar standpunt en verklaarde het bezwaar gegrond, waarbij zij alsnog de WW-uitkering met ingang van 11 juli 2003 toekenden en een vergoeding van gemaakte kosten toezegden. Appellant stemde hiermee in en verzocht tevens om wettelijke rente over de nabetaling.
De Raad oordeelde dat het eerdere besluit en de aangevallen uitspraak vernietigd moesten worden en dat appellant recht had op vergoeding van renteschade over de nabetaling. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht. Hiermee werd het beroep van appellant gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van de WW-uitkering met rente en proceskosten.