ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd herzien van 80% of meer naar 25-35%. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
De Raad overwoog dat het UWV voldoende medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht, waarbij onder meer de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 4 september 2002 als uitgangspunt diende. De door appellante overgelegde medische verklaringen konden het oordeel van de verzekeringsartsen niet weerleggen. Ook werd benadrukt dat de situatie op de datum in geding, 25 november 2002, bepalend is en latere verslechteringen niet in deze procedure meegenomen kunnen worden.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de herziening van de WAO-uitkering terecht was vastgesteld op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Een aanvullend medisch onderzoek werd niet noodzakelijk geacht. De aangevallen uitspraak werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 25 november 2002.