ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ bij verblijf in toegelaten instelling zonder terugkeer naar maatschappij
Appellante verbleef vanaf 2 mei 2002 in een psychiatrisch ziekenhuis, een toegelaten AWBZ-instelling. Gedurende het eerste jaar werd geen eigen bijdrage opgelegd. Na dit jaar besloot de zorgverzekeraar VGZ een lage eigen bijdrage toe te passen van 2 mei 2003 tot 30 september 2003 en vanaf 1 oktober 2003 een hoge eigen bijdrage.
Appellante ging in bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat zij over de gehele periode slechts de lage eigen bijdrage verschuldigd was, omdat terugkeer naar de maatschappij mogelijk zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de ingangsdatum van de hoge eigen bijdrage terecht was vastgesteld.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Omdat appellante van het psychiatrisch ziekenhuis overging naar een andere AWBZ-toegelaten instelling en niet terugkeerde naar de maatschappij, is artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van het Bijdragebesluit zorg niet van toepassing. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoge eigen bijdrage vanaf 1 oktober 2003 wegens het ontbreken van terugkeer naar de maatschappij.