ECLI:NL:CRVB:2006:AY9934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant ontving sinds 1 januari 2004 een WW-uitkering. In juli 2004 gaf hij aan vakantie te nemen van 9 tot en met 31 augustus. Het UWV stelde dat appellant in de periode van 26 juli tot 22 augustus onvoldoende had gesolliciteerd, namelijk slechts één keer in plaats van ten minste twee keer.
Het UWV legde daarom een korting van 20% op de uitkering op voor 16 weken, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant erkende dat hij in week 32 niet had gesolliciteerd en zijn latere sollicitatie in week 35 niet ter vervanging kon dienen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen nieuwe argumenten en wees erop dat appellant zelf had erkend de sollicitatie in week 32 te zijn vergeten. De korting op de uitkering blijft daarmee van kracht.
Uitkomst: De korting van 20% op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatie in de periode 26 juli tot 22 augustus 2004 wordt bevestigd.