ECLI:NL:CRVB:2006:AY9116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens daling arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 28 december 1998 arbeidsongeschikt verklaard vanwege psychische klachten en heeft vanaf 22 december 1999 een WAO-uitkering ontvangen. Het UWV trok deze uitkering per 1 september 2002 in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medisch onderzoek was gedaald tot onder 15%. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd.
In de bezwaarprocedure werden beperkingen van appellante vastgesteld door een bezwaarverzekeringsarts, waarna vier geschikte functies werden geselecteerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat drie van deze functies geschikt waren, ondanks dat één functie werd afgewezen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er tegenstrijdigheden waren in het medische belastbaarheidspatroon en dat de geschiktheid van de functies onvoldoende was onderzocht. Het UWV corrigeerde een eerdere fout over de dienstregeling van een functie. De Raad oordeelde dat het medische standpunt van het UWV voldoende onderbouwd was, geen nieuwe feiten waren ingebracht, en dat de functies geschikt waren, ook bij overschrijding van het tillen-aspect. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens daling van de arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.