ECLI:NL:CRVB:2006:AY8877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na ziekmelding vanuit WW-situatie bij WAO-beoordeling
Appellant was werkzaam als medewerker timmerfabriek en interieurbouw en viel uit wegens rugklachten. Na een WAO-beoordeling werd hij geschikt geacht voor passende functies ondanks beperkingen. Vanuit een WW-uitkering meldde appellant zich ziek met toegenomen klachten.
Het UWV weigerde ziekengeld per 13 augustus 2003, omdat de beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van de WAO-beoordeling en appellant geschikt bleef voor de geselecteerde functies. Zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts onderschreven dit standpunt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad benadrukt dat de belastbaarheid wordt bepaald door objectief medisch vastgestelde beperkingen en niet door de diagnose. De aanvullende medische stukken van appellant overtuigen niet van een toename van beperkingen.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht het ziekengeld heeft geweigerd en dat appellant niet ongeschikt is voor zijn arbeid in de zin van de Ziektewet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt blijft voor de WAO-functies.