ECLI:NL:CRVB:2006:AY8807
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding in WAO-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg in een WAO-zaak, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de gestelde termijn van zes weken was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet aangetekend, waarbij werd aangevoerd dat appellante door psychische redenen niet in staat was tijdig te handelen en dat een rekenfout had geleid tot het te laat indienen.
De Raad heeft het verzet behandeld tijdens een zitting waarbij appellante werd vertegenwoordigd, maar het UWV niet was verschenen. De Raad overwoog dat appellante duidelijk was gewezen op de termijn en dat het hoger beroepschrift pas na afloop van de termijn was ontvangen, ondanks dat het op de enveloppe eerder was afgestempeld.
Verder stelde de gemachtigde dat de termijn verkeerd was berekend en dat men wachtte op een belangrijke verklaring. De Raad oordeelde echter dat er geen reden was om het verzuim te vergoelijken en dat appellante een voorlopig hoger beroepschrift had kunnen indienen om de termijn te bewaren.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de termijn.