ECLI:NL:CRVB:2006:AY8764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht en rentevergoeding over nabetaling
Betrokkene ontving een WAO-uitkering waarvan het dagloon bij besluit van 31 mei 1983 werd vastgesteld. Na een verzoek van betrokkene in 2002 verhoogde appellant het dagloon met terugwerkende kracht. Appellant erkende het oorspronkelijke besluit als onrechtmatig, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor risico van betrokkene waren, mede omdat betrokkene geen rechtsmiddel had aangewend tegen de oorspronkelijke vaststelling.
Appellant weigerde aanvankelijk wettelijke rente over de nabetaling toe te kennen, maar na bezwaar werd een bedrag aan rente toegekend over de periode van 1 oktober 2002 tot 15 december 2002. De rechtbank oordeelde dat appellant rente vanaf 14 dagen na de aanmaning van 12 juli 2002 moest vergoeden. De Raad onderschreef het standpunt van appellant omtrent het gelijkheidsbeginsel, maar stelde vast dat appellant ten onrechte geen rente over rente had toegekend.
De Raad vernietigde het bestreden besluit op dat punt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, met de kanttekening dat appellant een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de toekenning van rente over rente. Tevens werd appellant veroordeeld tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant moet rente over rente toekennen en proceskosten betalen.