ECLI:NL:CRVB:2006:AY8710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wettelijke rente en rente over rente bij WW-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht over de toekenning van wettelijke rente bij een nabetaling van een WW-uitkering. Betrokkene had een verzoek ingediend tot herziening van zijn dagloon, waarop het UWV met terugwerkende kracht het dagloon verhoogde en een nabetaling deed.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een te laag bedrag aan wettelijke rente had vergoed en vernietigde het besluit. Het UWV erkende de onrechtmatigheid van het toekenningsbesluit, maar stelde dat de gevolgen daarvan voor rekening van betrokkene moesten komen, omdat deze geen tijdig rechtsmiddel had aangewend tegen de oorspronkelijke dagloonvaststelling.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het standpunt van het UWV dat het binnen de wettelijke beslistermijn had moeten beslissen, maar stelde dat door de late nabetaling wettelijke rente verschuldigd was. De Raad bevestigde de vernietiging van het bestreden besluit omdat het UWV rente over rente had verzuimd toe te kennen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet rente over rente toekennen en proceskosten betalen.