ECLI:NL:CRVB:2006:AY8685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellant werd op 9 augustus 2005 en opnieuw op 13 september 2005 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de gevolgen van niet-betaling.
De gemachtigde van appellant voerde in hoger beroep aan dat het griffierecht op 19 juli 2005 was bijgeschreven op de rekening van de rechtbank, maar dat het bedrag op 9 augustus 2005 werd teruggeboekt wegens onvoldoende gegevens. Desondanks had appellant niet adequaat gereageerd op de uitnodigingen tot betaling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er waren geen omstandigheden die het verzuim van appellant konden rechtvaardigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.