ECLI:NL:CRVB:2006:AY8626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van medische beoordeling arbeidsongeschiktheid in hoger beroep WAO
Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op 25 tot 35% door het UWV, naar aanleiding van vermeende toename van klachten. Een verzekeringsarts concludeerde echter dat ondanks de veelheid aan klachten geen toename van de medische problematiek was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hechtte waarde aan de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond dat de medische gronden objectief geen aanleiding gaven om de beperkingen te verhogen.
Commentaar van een externe deskundige werd niet overtuigend geacht om het standpunt van de verzekeringsarts te weerleggen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de oorspronkelijke vaststelling van de arbeidsongeschiktheid bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant ongewijzigd blijft vastgesteld op 25 tot 35%.