ECLI:NL:CRVB:2006:AY8276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering meerinkomen en OV-boete bij studiefinanciering 2001
Appellant stelde beroep in tegen een vordering wegens meerinkomen en een OV-boete opgelegd door de IB-Groep over het studiefinancieringstijdvak 2001. Hij voerde aan dat de in de maanden september tot en met december 2001 behaalde winst uit onderneming buiten beschouwing moest blijven omdat hij toen geen aanspraak op studiefinanciering had.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Wet studiefinanciering 2000 in artikel 3.17, lid 6, bepaalt dat de in een kalenderjaar behaalde winst uit onderneming wordt herleid tot maandbedragen door deze te delen door 12. De door appellant voorgestelde methode om per maand te bepalen welk deel van de winst is gegenereerd, wordt niet door de wet ondersteund.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.