ECLI:NL:CRVB:2006:AY8274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te beëindigen omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en diende aanvullende rapporten in, waaronder van een directrice van Instituut Psychosofia.
De Centrale Raad van Beroep heeft het bestreden besluit en de onderliggende medische en arbeidskundige beoordelingen getoetst. De Raad concludeerde dat de rechtbank de grieven van appellante voldoende en gemotiveerd had behandeld en dat er geen objectieve medische gegevens waren die een ander oordeel rechtvaardigden. De arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd eveneens als deugdelijk beoordeeld.
Daarom werd het hoger beroep van appellante verworpen en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd omdat daartoe geen aanleiding bestond.
Uitkomst: Hoger beroep van appellante wordt verworpen en beëindiging van WAO-uitkering bevestigd.