ECLI:NL:CRVB:2006:AY8179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kinderbijslag wegens onvoldoende onderzoek eerdere aanvragen
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor zijn zoon met terugwerkende kracht vanaf 2003, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) kende deze slechts toe vanaf maart 2004. Appellant stelde dat hij al eerder, vanaf 1999, aanvragen had ingediend die niet waren verwerkt. Tijdens de procedure gaf appellant aan dat hij meerdere keren contact had gehad met een medewerkster van de Svb, mevrouw De la Court, die hem steeds meldde dat er geen recht op kinderbijslag bestond, maar er werd nooit een beschikking ontvangen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad oordeelde dat appellant een begin van bewijs had geleverd voor eerdere aanvragen. De Svb had onvoldoende onderzoek gedaan naar deze eerdere aanvragen, bijvoorbeeld door navraag te doen bij de genoemde medewerkster. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en diende het te worden vernietigd.
De Raad veroordeelde de Svb tevens in de proceskosten van appellant en bepaalde dat de Svb een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet de Svb het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van de uitspraak.