ECLI:NL:CRVB:2006:AY8143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens overplaatsing en arbeidsomstandigheden
Appellant was sinds 1993 werkzaam bij een onderwijsinstelling en raakte vanaf eind 1999 gedeeltelijk en vanaf september 2000 volledig arbeidsongeschikt door een onwerkbare situatie met de nieuwe rector. Het College besloot tot overplaatsing in 2000, welke in 2002 werd gehandhaafd. Appellant vroeg vervolgens om schadevergoeding wegens de gevolgen van deze situatie, maar dit verzoek werd door het College en later door de rechtbank afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het College onzorgvuldig had gehandeld en niet had voldaan aan zijn zorgplicht, waardoor psychische schade was ontstaan. De Raad overwoog dat het verzoek om schadevergoeding feitelijk een verzoek was om terug te komen op het onherroepelijke overplaatsingsbesluit, waarvoor geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De Raad bevestigde dat de zorgplicht van de werkgever zich uitstrekt tot het voorkomen van psychisch ziekmakende werkomstandigheden, maar dat hiervoor een objectief buitensporig karakter van de omstandigheden moet bestaan. Hoewel de werkrelatie verstoord was, was er geen bewijs dat het College onzorgvuldig had gehandeld of dat sprake was van een schending van de zorgplicht.
Daarom was het verzoek om schadevergoeding ongegrond en werd het hoger beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.