ECLI:NL:CRVB:2006:AY7830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van dagloonvaststelling en afwijzing verzoek tot verhoging WAO-uitkering
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., had in 1983 een WAO-uitkering toegekend gekregen met een vastgesteld dagloon. In 2001 verzocht appellant om herziening van het dagloon, stellende dat reiskostenvergoeding, extra reisdagen en vakantietoeslag niet waren meegenomen.
Het UWV verhoogde het dagloon met terugwerkende kracht, maar appellant bleef bezwaar maken tegen de berekening, met name over extra reisdagen, CAO-toeslag, TIN-toeslag en vakantietoeslag. De rechtbank wees het beroep af en de Raad bevestigt deze beslissing in hoger beroep.
De Raad overweegt dat terugkomen op een onherroepelijk besluit slechts terughoudend kan worden beoordeeld en dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de oorspronkelijke dagloonvaststelling onjuist was. Er is geen bewijs geleverd van CAO-toeslag, TIN-toeslag, vuilwerktoeslag of vakantietoeslag over de reiskostenvergoeding.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.