ECLI:NL:CRVB:2006:AY7822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herberekening WAO-dagloon zonder rekening te houden met extra reisdagen, toeslagen en vakantietoeslag
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om herziening van zijn WAO-dagloon omdat volgens hem onterecht geen rekening was gehouden met extra reisdagen, extra vakantiedagen, diverse toeslagen zoals TIN-toeslag, CAO-toeslag, vuilwerktoeslag en overuren, alsmede met vakantietoeslag over de reiskostenvergoeding voor een buitenlandse vakantie.
Het UWV had het dagloon eerder verhoogd maar wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat het vaste maandloon niet wijzigt door extra reisdagen en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor het ontvangen van de CAO-toeslag en de verplichting tot vakantietoeslag over de reiskostenvergoeding.
De Raad benadrukte dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant het bewijs voor zijn stellingen in de bezwaarfase had moeten leveren. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs en het oordeel dat de eerdere besluiten juist waren, werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het hoger beroep ongegrond is en dat geen rekening hoeft te worden gehouden met de aangevoerde toeslagen en extra dagen bij herberekening van het WAO-dagloon.