ECLI:NL:CRVB:2006:AY7700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsbeperkingen
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet lichamelijk was onderzocht door de verzekeringsarts en dat het UWV ten onrechte geen informatie had ingewonnen bij de behandelend sector. Tevens betwistte hij de vastgestelde arbeidsbeperkingen die volgens hem vanwege zijn rugklachten onderschat waren.
De Raad concludeerde dat appellant geen objectief-medische onderbouwing aanvoerde die zijn stellingen ondersteunt. Uit de beschikbare medische stukken, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en een behandelend anesthesioloog, bleek dat de beperkingen reeds voldoende waren meegenomen bij het opstellen van het belastbaarheidspatroon.
De Raad achtte het aannemelijk dat appellant met de vastgestelde beperkingen in staat is passende werkzaamheden te verrichten. De bezwaararbeidsdeskundige had overtuigend toegelicht dat de geselecteerde functies geen belastende aspecten bevatten die buiten het bereik van appellant liggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant ongegrond verklaarde en de herziening van de WAO-uitkering handhaafde.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de vastgestelde arbeidsbeperkingen juist zijn vastgesteld.