ECLI:NL:CRVB:2006:AY7655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-dagloon met terugwerkende kracht en bewijs CAO-toeslag
Betrokkene werkte bij Volvo Car B.V. en ontving sinds 1985 een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon. In 2003 verzocht betrokkene om verhoging van het dagloon met terugwerkende kracht, stellende dat ten onrechte geen rekening was gehouden met een CAO-toeslag en andere vergoedingen.
Appellant verhoogde het dagloon gedeeltelijk, maar verklaarde het bezwaar ongegrond omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat betrokkene daadwerkelijk de CAO-toeslag had ontvangen. De rechtbank oordeelde anders en gaf betrokkene gelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het terugkomen op een onherroepelijk besluit mogelijk is, maar dat betrokkene het bewijs moet leveren van de onjuistheid van het oorspronkelijke besluit. Omdat betrokkene geen bewijs aanleverde dat hij de CAO-toeslag ontving, vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs van ontvangst van de CAO-toeslag.