ECLI:NL:CRVB:2006:AY7645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAO-dagloon zonder CAO-toeslag
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., verzocht om herziening van zijn WAO-dagloon omdat bij de vaststelling geen rekening zou zijn gehouden met een CAO-toeslag. Het UWV had het dagloon eerder vastgesteld en later verhoogd, maar zonder de toeslag mee te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet had aangetoond dat hij destijds een CAO-toeslag ontving. De overgelegde stukken werden onvoldoende geacht, mede vanwege de bewijslast die op appellant rust.
De Raad benadrukte dat terugkomen op onherroepelijke besluiten een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat bewijs van stellingen uiterlijk in de bezwaarfase moet worden geleverd. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd wegens onvoldoende bewijs van CAO-toeslag.