ECLI:NL:CRVB:2006:AY7596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling WAO-dagloon ondanks verzoek tot verhoging wegens extra reisdagen en toeslagen
Appellant, laatstelijk werkzaam bij Volvo Car B.V., verzocht het UWV om verhoging van zijn WAO-dagloon met terugwerkende kracht, onder meer vanwege extra reisdagen, reiskostenvergoeding en diverse toeslagen. Het UWV verhoogde het dagloon gedeeltelijk, maar wees verdere verhogingen af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat het vaste maandloon niet wijzigt doordat appellant zes dagen per jaar minder werkt dan collega’s, omdat het financiële voordeel uit de dienstbetrekking daardoor niet groter wordt. Tevens kon appellant geen bewijs leveren van het ontvangen van CAO-, TIN- of vuilwerktoeslagen in de referteperiode.
De Raad benadrukte dat het terugkomen op een in rechte onaantastbaar geworden besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt beoordeeld en dat appellant onvoldoende gegevens had aangedragen om het eerdere besluit onjuist te achten. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van het WAO-dagloon wordt bevestigd.