ECLI:NL:CRVB:2006:AY7281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij WAZ-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over een WAZ-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen waarbij het bezwaar van appellant gegrond werd verklaard en de WAZ-uitkering met ingang van 30 juli 2004 werd toegekend, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant verklaard geen belang meer te hebben bij de beoordeling van het hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op €644.
De Raad merkte op dat appellant voor vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks een verzoek tot het UWV moet richten, conform artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang na toekenning van de WAZ-uitkering; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.