ECLI:NL:CRVB:2006:AY6690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV over mate van arbeidsongeschiktheid ondanks betwisting medische beoordeling
Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij ten tijde van de beoordeling meer medisch, met name psychisch, beperkt was dan het UWV aannam. Hij betoogde dat de rechtbank ten onrechte geen medisch deskundige op psychiatrisch gebied had ingeschakeld en dat hij volledig arbeidsongeschikt had moeten worden verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant zijn standpunt niet had onderbouwd met nieuwe medische stukken die een ander licht op de zaak zouden werpen. Het rapport van een psychiater uit 1999 was enigszins gedateerd en de verzekeringsarts had in 2001 geen aanwijzingen gevonden voor psychische beperkingen. Ook het ontbreken van behandeling na het rapport bood onvoldoende bewijs voor een verslechtering.
De Raad concludeerde dat er geen reden was om het bestreden besluit te vernietigen of een aanvullend medisch onderzoek te gelasten. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.