ECLI:NL:CRVB:2006:AY6684
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Geen loon voor ZFW-loongrens van belastingvrije 35%-regeling onkostenvergoeding
In deze zaak stond centraal of het loon dat onder de 35%-regeling buiten belasting en premies volksverzekeringen blijft, moet worden beschouwd als vergoeding voor arbeid in de zin van artikel 3, vierde lid, van de Ziekenfondswet (ZFW).
De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had correctienota's opgelegd voor de premiejaren 1997 tot en met 1999, omdat zij meende dat betrokkene ten onrechte geen verplichte verzekering voor de ZFW had aangenomen voor een werknemer die gebruikmaakte van de 35%-regeling. De rechtbank Rotterdam had het beroep van betrokkene gegrond verklaard, stellende dat het deel van het loon onder de 35%-regeling wel als loon moest worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat de 35%-regeling een forfaitaire onkostenvergoeding betreft, bedoeld ter compensatie van extra kosten door tijdelijk verblijf in Nederland. Hierdoor heeft het bedrag het karakter van een onkostenvergoeding en vormt het geen loon voor de toepassing van de loongrens in de ZFW. Ook al maken sommige werknemers geen extra kosten, dit doet niet af aan het karakter van de regeling. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond.
De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling en bevestigt daarmee het standpunt dat het belastingvrije bedrag niet meetelt voor de ZFW-loongrens.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het belastingvrije bedrag van de 35%-regeling geen loon vormt voor de ZFW-loongrens en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond.