ECLI:NL:CRVB:2006:AY6660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over hoogte WAO-dagloon en wettelijke rente bij nabetaling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het UWV-besluit waarin het WAO-dagloon werd vastgesteld zonder rekening te houden met extra reisdagen, vakantiedagen en diverse toeslagen. Tevens vorderde appellant wettelijke rente over de nabetaling vanaf de datum van toekenning van de WAO-uitkering.
De rechtbank had het UWV-besluit vernietigd en vastgesteld dat wettelijke rente verschuldigd was vanaf 14 dagen na aanmaning. Het UWV kwam terug op het eerdere besluit en verhoogde het dagloon, maar wees de rentevergoeding af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het terugkomen van een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend wordt getoetst.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de toeslagen en dat het gelijkheidsbeginsel geen grond bood voor rente vanaf een eerdere datum dan de rechtbank had vastgesteld. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat het UWV terecht het dagloon heeft vastgesteld zonder bepaalde toeslagen en dat wettelijke rente pas na aanmaning verschuldigd is.