ECLI:NL:CRVB:2006:AY6615
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp oorlogsgetroffene wegens onvoldoende medische noodzaak
Appellante, erkend als oorlogsgetroffene, verzocht om uitbreiding van haar toegekende huishoudelijke hulp van tweemaal per week een halve dag naar 12 uur per week. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat de medische noodzaak daarvoor ontbrak. De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellante niet zodanig waren dat uitbreiding gerechtvaardigd was, mede omdat medische gegevens die het oordeel van de geneeskundig adviseurs zouden weerleggen, ontbraken.
De Raad stelde vast dat de klachten van appellante, waaronder nek-, arm- en rugklachten, verband houden met de vervolging, maar dat de vingerklachten degeneratief en niet causaal waren. Het advies van de geneeskundig adviseur hield rekening met het totaal van de beperkingen, ongeacht causaliteit, en concludeerde dat er geen beperkingen waren bij maaltijdbereiding en zelfzorg die uitbreiding rechtvaardigden.
Het beleid van verweerster met betrekking tot huishoudelijke hulp aan 70-plussers met niet-causale aandoeningen werd niet inhoudelijk getoetst omdat dit niet relevant was voor de beslissing. De Raad vond geen grond voor vernietiging van het besluit en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de oorlogsgetroffene tegen de weigering tot uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.