ECLI:NL:CRVB:2006:AY6611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verhoging WAO-dagloon en vergoeding wettelijke rente over nabetaling
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., kreeg in 1985 een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. Later werd het dagloon verhoogd, maar appellant vorderde ook wettelijke rente over de nabetaling. Het UWV weigerde deze rentevergoeding, waarop appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat het oorspronkelijke besluit uit 1985 onrechtmatig was en dat appellant schade had geleden. De rechtbank stelde dat wettelijke rente verschuldigd was vanaf een redelijke termijn na aanmaning in 2001, en verwierp het standpunt van appellant om rente vanaf 1984 of 1992 te ontvangen.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat wettelijke rente pas na een redelijke termijn na aanmaning verschuldigd is en dat het UWV niet gehouden is rente vanaf een eerdere datum te vergoeden, mede vanwege het ontbreken van een consistent beleid. Wel erkende het UWV een fout in het gebruikte rekenprogramma en het nalaten van rente over rente, waardoor het besluit van 13 december 2004 werd vernietigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 13 december 2004 wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen; het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.