ECLI:NL:CRVB:2006:AY6610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over herziening WW-dagloon en reiskostenvergoeding buitenland
Betrokkene werkte tot 1 februari 1994 bij NedCar Production BV en ontving een WW-uitkering met een dagloon vastgesteld op f 180,08. Bij besluit van 15 juli 2002 verhoogde het UWV het dagloon met een reiskostenvergoeding buitenland en pensionkostentoeslag. Betrokkene stelde dat ook toeslagen zoals TIN-toeslag, CAO-toeslag, extra vakantiedagen en zes extra reisdagen in aanmerking moesten worden genomen, en dat wettelijke rente over de nabetaling verschuldigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit deels, met name over de wettelijke rente. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht is uitgegaan van de door de werkgever opgegeven reiskostenvergoeding en dat geen reden bestaat om bedragen buiten de referteperiode mee te nemen. De Raad onderschrijft dat extra reisdagen het vaste maandloon niet wijzigen en dat betrokkene onvoldoende bewijs leverde voor vakantietoeslag over reiskostenvergoeding en pensionkostentoeslag.
Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen. Het hoger beroep van het UWV slaagt deels, aangezien de rechtbank onjuiste gronden hanteerde voor het toekennen van wettelijke rente, maar het besluit terecht vernietigde. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene ad € 644.
De uitspraak werd gedaan door G. van der Wiel op 3 augustus 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.