ECLI:NL:CRVB:2006:AY6609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte WAO-dagloon en wettelijke rente bij nabetaling
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., betwistte de vaststelling van zijn WAO-dagloon en de toekenning van wettelijke rente over een nabetaling. Het Uwv had het dagloon verhoogd, maar appellant stelde dat toeslagen zoals pensionkostentoeslag, reiskostenvergoeding voor extra vakantiedagen en CAO-toeslag onterecht buiten beschouwing waren gelaten.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit van 10 juni 2002 vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de toeslagen. In hoger beroep bevestigde de Raad dat het Uwv terecht het dagloon op €75,26 had vastgesteld, omdat appellant onvoldoende bewijs leverde voor het genieten van bepaalde toeslagen en dat extra vakantiedagen geen verhoging van het vaste maandloon rechtvaardigen.
Ten aanzien van de wettelijke rente over de nabetaling oordeelde de Raad dat rente pas verschuldigd is na een redelijke termijn na aanmaning, conform vaste jurisprudentie. Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel en een eerdere renteberekening werd afgewezen, omdat het Uwv slechts in beperkte gevallen rente vanaf een eerdere datum had toegekend en dit berustte op fouten.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen het besluit van 10 juni 2002 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 7 december 2004 ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het WAO-dagloon van €75,26 en de wettelijke rentevergoeding worden bevestigd.