ECLI:NL:CRVB:2006:AY6605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over hoogte WAO-dagloon en wettelijke rente
Appellant werkte bij Volvo Car B.V. en kreeg in 1989 een WAO-uitkering toegekend met een vastgesteld dagloon. In 2001 verzocht hij om verhoging van het dagloon met onder meer pensionkostentoeslag, reiskostenvergoeding en extra vakantiedagen, en om vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling. Het UWV verhoogde het dagloon deels, maar wees wettelijke rente af. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit, maar handhaafde het dagloonbesluit.
De Centrale Raad overweegt dat het terugkomen van een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend getoetst wordt. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd voor de gevraagde toeslagen. De Raad onderschrijft dat het vaste maandloon niet wijzigt door extra reisdagen en dat de CAO-toeslag niet is aangetoond.
Ten aanzien van de wettelijke rente volgt de Raad de vaste jurisprudentie dat rente pas na een redelijke termijn na aanmaning verschuldigd is. Het UWV heeft erkend dat eerdere rentevergoedingen berustten op fouten, maar dit leidt niet tot een verplichting om in appellants geval eerder rente te vergoeden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het dagloon terecht heeft vastgesteld zonder extra toeslagen en dat wettelijke rente niet eerder dan na een redelijke termijn na aanmaning verschuldigd is.