ECLI:NL:CRVB:2006:AY6587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wettelijke rente over nabetaling WAO-uitkering na aanmaning
Appellant, voormalig werknemer bij Volvo Car B.V., ontving een WAO-uitkering met een vastgesteld dagloon uit 1981. Na een verzoek in 2000 om verhoging van het dagloon en vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling, verhoogde het UWV het dagloon in 2001 maar wees de rentevergoeding af. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en oordeelde dat wettelijke rente verschuldigd is vanaf een redelijke termijn na aanmaning op 28 november 2000.
Het UWV voerde in hoger beroep aan dat wettelijke rente niet eerder verschuldigd is dan na aanmaning, en erkende fouten in het gebruikte rekenprogramma en het nalaten van rente over rente. De Raad bevestigde dat wettelijke rente niet verschuldigd is vanaf de oorspronkelijke toekenning van de WAO-uitkering of vanaf 1 januari 1992, maar pas na een redelijke termijn na aanmaning.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk tegen de eerdere uitspraak, maar vernietigde het besluit van 15 december 2004 wegens de erkende fouten en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 15 december 2004 is vernietigd wegens fouten in de rentevergoeding.