ECLI:NL:CRVB:2006:AY6561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beslissing over vaststelling WAO-dagloon en wettelijke rente
Appellant betwistte de vaststelling van zijn WAO-dagloon door het UWV, waarbij onder meer reiskostenvergoeding, pensionkostenvergoeding, CAO-toeslag, overuren, extra reisdagen en vakantiedagen niet waren meegenomen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat het UWV bevoegd is terug te komen op eerdere besluiten en dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor de CAO-toeslag en andere toeslagen.
Daarnaast vorderde appellant wettelijke rente over de nabetaling vanaf de datum van toekenning van de WAO-uitkering. De rechtbank oordeelde dat wettelijke rente pas na aanmaning verschuldigd is, hetgeen de Raad onderschrijft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het UWV fouten erkende in andere zaken, maar dit niet tot een algemene verplichting leidt.
De Raad constateert dat het UWV nog geen besluit heeft genomen ter uitvoering van de rechtbankuitspraak, maar vertrouwt erop dat dit alsnog zal gebeuren. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.